Waar de stad een leeromgeving wordt voor cross-pollination
Dag twee van de ESConference staat in het teken van cross-pollination: het kruisen van perspectieven, praktijken en ervaringen in en met de stad. Niet door hierover te spreken maar door het gezamenlijk te doen. In aanloop naar deze dag spraken we met Sietske Klooster over de opzet, de intentie en de manier waarop ervaring en beweging centraal staan in het programma.
De dag is opgezet om systemisch co-design niet te verklaren, maar ervaarbaar te maken. Centraal staat het zichtbaar en voelbaar maken van een cultuur die binnen ESC al langer in ontwikkeling is: een cultuur van doen, van uiteenlopende praktijken die naast en met elkaar bestaan, en van voortdurende uitwisseling tussen perspectieven. Vanuit de metafoor van een zwerm bijen verkennen deelnemers gezamenlijk wat er gebeurt in de stad Amsterdam, langs verschillende partners en projecten. Door uit te zwermen, ervaringen op te doen en deze later weer samen te brengen, groeit de rol van deelnemers vanzelf uit tot die van medemakers binnen een cultuur in beweging.
De dag wordt vormgegeven door Sietske Klooster, in nauwe samenwerking met Laura Nino, die zowel praktisch als inhoudelijk meedenkt en ondersteunt. Nanda Deen en Manon Joosten verzorgen samen een theatrale keynote die als een doorlopende draad door de dag heen loopt. Wat hen verbindt, is de overtuiging dat systemisch co-design niet begint bij cognitie, maar bij ervaring. Beweging, improvisatie, voelen en het toelaten van onzekerheid zijn daarbij geen bijzaak, maar een essentieel onderdeel van het leer- en ontwerpproces. Voor iedereen die werkt aan complexe vraagstukken in en met de stad biedt deze manier van werken een andere manier van kijken en werken.
De opdracht
De opdracht van dag twee begint met wat bijen ook doen als ze uit hun bijenkorf vertrekken: uitzwermen de stad in, op zoek naar voedsel. Medemakers kiezen een partnerlocatie, die fungeert als bloem waar voeding wordt gehaald voor kruisbestuiving. De ‘bijen’ zoeken een eigen weg naar deze bloemen toe. Onderweg krijgen zij een verkenningsopdracht mee die in gaat op het onderwerp van de partner waar ze naartoe onderweg zijn; denk aan ouderenzorg, waterwegen, logistiek en sociale cohesie.Wat je tegenkomt, groot of klein, is geen bijzaak maar het startpunt van de dag. Zo ervaar je Amsterdam even door een andere bril.
Die manier van werken vraagt om aandacht en nieuwsgierigheid. “Wat je tegenkomt is vaak klein en onopvallend, maar juist daarin zit veel informatie,” aldus Sietske.
Bij de partnerlocaties, worden deze indrukken gebruikt als materiaal voor kruisbestuiving. De partners laten de deelnemers ervaren waar hun systemisch Codesign praktijk over gaat. De deelnemers gaan hierover in wisselwerking, waarbij hun observaties in de stad worden meegenomen. Na de sessie zwermen de ontstane deelnemergroepen terug en kijken ze opnieuw naar de stad, nu vanuit een gedeelde ervaring. Alles wat onderweg en op locatie wordt verzameld, vormt aan het einde van de dag het materiaal voor een finale grand cross polination.
De partners
De partners van dag twee laten samen zien hoe veelzijdig systemisch co-design in Amsterdam al wordt toegepast. Geen losse stops maar verschillende perspectieven op de stad; van zorg en gebiedsontwikkeling tot water, logistiek en samenwerking in de openbare ruimte. Zo wordt zichtbaar dat systemisch co-design zich op veel plekken en in uiteenlopende praktijken manifesteert.
Elke partner brengt een eigen vraagstuk en invalshoek in. Zo maakt Morgenmakers ouderenzorg leesbaar als een relationeel weefsel tussen ouderen mantelzorgers en zorginstellingen, terwijl bij Gemeente Amsterdam wordt gekeken naar de toekomst van stedelijke logistiek en mobiliteit. Deze perspectieven werken door in de opdrachten onderweg en vormen later het materiaal voor gezamenlijke reflectie en kruisbestuiving. Voor meer informatie over de partners en hun sessies verwijzen we naar de programmapagina.
Wat Sietske hoopt dat medemakers aan het eind van de dag voelen, is dat de cultuur van ESC fysiek voelbaar wordt. Dat je als een zwerm van perspectieven door de stad trok . Dat al die losse ervaringen en perspectieven samen iets groters collectiefs vormden. Niet pragmatisch naar resultaat te koersen, maar juist om te werken met ruimte was om te spelen, te improviseren en samen te bewegen. “Het mooiste is als je merkt dat je onderdeel bent van een zwerm met een groeiend collectief belichaamd bewustzijn .”
